Een zwaardere vulling in een beslagproduct, zoals een cake, kan bestaan uit onder andere waterhoudende vruchten zoals kersen, oliehoudende vruchten zoals walnoten of stukjes chocolade. Tijdens het bakken kunnen deze vruchten naar de bodem zakken waardoor er een ongelijke verdeling tussen cake en vulling ontstaat. Het naar beneden zakken van de zwaardere vulling kan komen door:

  • Het beslag is te slap en heeft daardoor te weinig draagkracht. Bij een beslag op basis van eiwit (zoals kapsel), het eiwit steviger opkloppen. Bij een beslag op basis van boter (zoals cake), de boter niet te warm laten worden.
  • De vruchten in de vulling zijn te grof gehakt. De stukken zijn te groot en daardoor te zwaar. Hak de vruchten fijner voor een beter resultaat.
  • De baktemperatuur is te laag. Zet de temperatuur van de oven hoger.
  • De vruchten zijn te vochtig. Zorg ervoor dat de vruchten voordat deze door het beslag gemengd worden ontdaan zijn van siroop of vocht. Laat vruchten bewaard in siroop of na het wellen goed uitlekken en zorg dat gebrande oliehoudende vruchten zoals amandelen of walnoten afgekoeld zijn.