Een Brabants worstenbroodje is een broodje van luxe witbrooddeeg met een worstvulling van gehakt dat voornamelijk in Noord-Brabant en in de provincies onder de rivieren wordt genuttigd. Door het gebruik van brooddeeg in plaats van korstdeeg is het een goedkopere variant op het saucijzenbroodje. Het worstenbroodje is ongeveer 15 cm lang en heeft, traditioneel gezien, gesloten uiteinden. Deze gesloten uiteinden zorgen ervoor dat de worstvulling minder uitdroogt.

Het Brabantse worstenbroodje is ooit ontstaan als een manier om vlees langer te kunnen bewaren door het in deeg te rollen en te bakken. Dit kwam vooral voor in de maand november, wanneer de thuisslacht plaatsvond en het slachtafval werd verwerkt in vleesvulling. Wanneer dit gebruik precies is ontstaan is onbekend. Wel is bekend dat het in het begin van de twintigste eeuw genuttigd werd als lekkernij voor mensen die terugkwamen van de kermis, na de nachtmis met Kerstmis of tijdens de carnaval.

Waar de worstenbroodjes vroeger zelf veel gebakken werden van slachtafval, zijn deze nu gemaakt van gehakt en voornamelijk te krijgen bij bakkerijen, slagerijen en supermarkten. Iedere producent heeft zijn eigen receptuur voor het deeg, het gehakt en de kruiden die hier aan worden toegevoegd.