Slap de fondant af met water of eiwit tot de gewenste consistentie. Slap de fondant niet teveel af, tijdens het verwarmen wordt deze nog dunner. De fondant moet dun genoeg zijn om door te kunnen halen, zonder dat het product onder het laagje fondant doorschijnt.
Verwarm de fondant tot een temperatuur van ±37°C. Dit kan door middel van au bain-marie of in de magnetron. Te warme fondant geeft een droog, maar dof resultaat. Te koude fondant zorgt voor een plakkerig, maar glanzend oppervlak.
Breng de fondant eventueel op kleur. Zorg dat smaak en kleur op elkaar afgestemd zijn en bij het product passen. Maak voor het kleuren alleen gebruik van levensmiddelenkleurstoffen.  
Dompel klein gebak onder en haal met een op en neer gaande beweging weer uit de fondant (doorhalen). Voor taarten kan de fondant erover gegoten worden. Giet royaal bovenop en strijk de bovenkant snel glad met een glaceermes (glaceren). Laat het teveel langs de taart aflopen.
Overgebleven fondant kan na gebruik in de koeling bewaard worden voor een volgende keer. Krab de pan of bak bij en dek af.