Amandelspijs, of andere soorten spijs, moeten voor gebruik aangemaakt worden, wat wil zeggen dat er vocht aan toegevoegd wordt met als doel een betere verwerkbaarheid, smaak en bakaard (combinatie van factoren waarmee wordt aangegeven hoe een product bakt). Als vocht kan er gebruik gemaakt worden van water, ei(dooier), geleroom, gembernat en vetstof.
De stijfte van de spijs is afhankelijk van de manier waarop de spijs verder verwerkt wordt, maar kan worden onderverdeeld in:

Uitrolbare spijs.

Hier wordt ongeveer 50 gram vocht aan een kilo spijs toegevoegd om de spijs makkelijker te kunnen uitrollen zonder dat deze breekt. Meng met een planeetmenger en vlindergarde rustig het vocht door de spijs. Meestal wordt hier ei voor gebruikt.

Spuitbare spijs.

Dit is spijs die zo slap moet zijn dat het met een spuitzak verdeeld kan worden. Meng in een planeetmenger met vlindergarde de spijs eerst door. Vervolgens kan het vocht in gedeeltes worden toegevoegd. Als het vocht te snel wordt toegevoegd kunnen er klontjes in de spijs ontstaan. Zodra een deel vocht is opgenomen, kan er weer wat vocht bij worden gegoten tot al het vocht erdoor gemengd is.