Korstdeeg (bladerdeeg) kan het beste uitgerold worden in een ruimte met een temperatuur tussen de 15-18°C. Dit zorgt voor een steviger deeg bij het uitrollen, wat het uitrollen makkelijker maakt. Bij het uitrollen moet op de volgende punten gelet worden:

  • Bepaal de hoeveelheid uit te rollen deeg. Bij een uitrolmachine met een bandbreedte van 60 cm. kan gewerkt worden met deegstukken van 2500-3000 gram.
  • Leg het deeg op de uitrolband, waarbij het een kwartslag gedraaid ligt ten opzichte van de laatste toer (lagen zichtbaar richting de uitrolwals). Het draaien van het korstdeeg is om het krimpen in één richting tegen te gaan.
  • Rol het deeg in etappes uit. Begin met grotere stappen en werk naar kleinere stappen toe. Het langzamer uitrollen beschermt de deegstructuur en voorkomt beschadigingen en scheuren. Een goed schema voor de machinestanden is: 30-20-15-10-8-6-5 en verder tot de gewenste dikte is bereikt. Gebruik voldoende strooibloem om vastkleven en het beschadigen van de deegstructuur tegen te gaan, maar niet zo veel dat het deeg erdoor uitdroogt.
  • Rol het deeg minstens twee keer op de laatste stand uit om krimpen te voorkomen en stof de strooibloem af.