In de praktijk zijn er drie methodes om een deeg te maken dat verwerkt kan worden tot beschuit:

  • Snelkneed methode. Het deeg wordt hierbij gekneed op dezelfde manier als een luxe kleinbrooddeeg.
  • Zetsel methode. Hierbij wordt er een zetsel gemaakt, wat ervoor zorgt dat de gist, in degen met relatief veel vetstof of suikers, gemakkelijker wordt geactiveerd. Los de gist op in het vocht, voeg de helft van de suiker en de helft van de bloem toe en meng dit tot een homogene massa. Strooi hier een laagje bloem over. Wanneer deze bloem begint te scheuren is het zetsel klaar voor verdere verwerking. Voeg eidooier, suiker, gedeelte tarwebloem, melkpoeder, beschuitgelei, rest tarwebloem en zout in deze volgorde toe en kneed het tot een ontwikkeld deeg.
  • Kort proces methode. In het vocht wordt eerst vitamine C (ascorbinezuur) toegevoegd. Met dit vocht wordt vervolgens het deeg gekneed volgens dezelfde methode als een kleinbrooddeeg. Dit is een methode die tegenwoordig minder voorkomt, omdat fabrikanten zelf ascorbinezuur aan de bloem of het meel toevoegen.

Bij alle methodes moet het deeg voldoende worden afgekneed, zodat een optimale ontwikkeling van het deeg en daarmee een ragfijne structuur ontstaat.