Voor het maken van vormbonbons worden de vormen eerst gemouleerd of gechemiseerd. Dit wil zeggen dat er een laagje chocoladecouverture in is aangebracht. Vervolgens worden de vormen gevuld met een vulling.

Het vullen verloopt als volgt:

  • Verwarm de gewenste vulling enigszins, maar zorg ervoor dat de temperatuur niet boven de 28°C komt. Het verwarmen van de vulling wordt toegepast om de vulling vloeibaar en zacht genoeg te maken, zodat deze eenvoudig te spuiten is. Het verwarmen van de vulling boven 28°C kan zorgen dat de gemouleerde vormen smelten bij het inspuiten van de vulling.
  • Vul een spuitzak, met gladde spuitmond of zonder spuitmond, met de vulling.
  • Spuit de vulling in elke gemouleerde vorm en vul deze tot 1,5-2 mm onder de rand. Het te vol spuiten zorgt voor een slecht sluitende bonbon, terwijl te weinig vullen kan zorgen voor een te dikke onderlaag chocolade. Let hierbij op dat er geen vulling op de randen terecht komt, omdat dit kan zorgen voor een lekkende of slecht sluitende bonbon.
  • Laat de vulling opstijven, zodat deze later kan worden dichtgestreken met chocoladecouverture.