Een soufflé krijgt zijn luchtigheid door de basis waaraan luchtig geklopte eiwitten worden toegevoegd. Aan de basis van de soufflé kunnen verschillende zoete of hartige smaken worden toegevoegd. Er zijn verschillende recepten voor het bereiden van soufflés, maar de basis ervan blijft ongeveer gelijk.

De bereiding van een soufflébeslag loopt als volgt:

  • Vet de soufflévormen in met boter.
  • Maak de basis. Dit kan bestaan uit een crème patisserie voor zoete producten of een roux voor hartige producten. Hieraan worden de smaken toegevoegd die het kenmerkende karakter van de soufflé bepalen. Aan de roux kan kaas worden toegevoegd totdat deze is gesmolten, waarna de eidooiers erdoorheen worden gespateld. Bij de crème patisserie kunnen chocolade of fruitsoorten worden meegekookt.
  • Klop de eiwitten stijf. Voor zoete soufflés kan dit met suiker, terwijl bij hartige soufflés een kleine hoeveelheid zout kan worden gebruikt.
  • Voeg 1/3 van de eiwitten toe aan de basis en meng ze er voorzichtig door.
  • Spatel de basis nu voorzichtig door de rest van de eiwitten, waarbij er zo min mogelijk lucht verloren raakt.
  • Vul de vormen door het gebruiken van een spuitzak en bak direct af.