• Schil de appels.
  • Verwijder met een appelboor het klokhuis uit de appel. Zorg voor een groot genoeg formaat appelboor, omdat het achterblijven van het klokhuis minder smakelijk is.
  • Rol het korstdeeg uit tot 2 mm.
  • Snijd de plak korstdeeg in vierkanten van circa 12 x 12 cm. Bevochtig de plakken, indien nodig, licht met water.
  • Plaats de geschilde appels met de platte onderkant naar beneden in het midden van de vierkanten korstdeeg.
  • Vul de appels, naar voorkeur, met (kaneel)suiker of amandelspijs. Om te voorkomen dat de suiker uit de holte loopt, kunnen de openingen worden afgesloten met amandelspijs of boter.
  • Vouw de punten van het korstdeeg over de appel heen zodat deze net overlappen en druk voorzichtig aan. Het deeg kan voorzichtig worden opgerekt.
  • Er zijn vier openstaande punten ontstaan. Rek deze voorzichtig op en breng ze een voor een naar de sluiting zodat de appelbol volledig wordt omsloten met korstdeeg.
  • Bestrijk de appelbol met ei of water en rol eventueel door de suiker ter afwerking.
  • Plaats de appelbol met sluiting naar onder op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak op ±200°C voor ±20 minuten.