Een bagel is een rond broodje met een gat in het midden dat afkomstig is uit de Joodse gemeenschap. Doordat het broodje voorafgaand aan het bakken kort wordt gepocheerd, krijgt het brood geen ovenrijs en ontstaat er een typische compacte kruimstructuur.

Het bereiden van bagels verloopt als volgt:

  • Verdeel het deeg nadat het een eerste bolrijs heeft gehad in stukken van elk ongeveer 100 gram.
  • Vorm van elk deegstuk een cirkelvormige broodring door in het midden met de handpalm te drukken. Er ontstaat zo een gat in het midden van het broodje, wat langzaam met de vingers verder kan worden opgerekt.
  • Laat de gevormde deegstukken afgedekt ongeveer 10 minuten rusten.
  • Breng ondertussen een hoge pan met water aan de kook.
  • Zet het vuur lager zodra het water kookt.
  • Pocheer de bagels aan elke kant één minuut in het hete water. Ze zwellen op, waardoor het rijsproces in de oven stopt en de compacte kruimstructuur ontstaat.
  • Haal ze met een schuimspaan uit het water en laat ze goed uitlekken.
  • Bak de bagels in een oven op ongeveer 220°C voor ongeveer 20 minuten tot ze goudbruin zijn.