Het opmaken of lang maken van deeg wordt gebruikt om het deegstuk in de juiste vorm te krijgen voordat het narijsproces wordt begonnen. Het deeg heeft voorafgaand een puntrijs gehad, waardoor deze in volume is toegenomen. Daarnaast is opmaken goed voor de ontwikkeling van het glutennetwerk en geeft een fijnere verdeling van het ontwikkelde koolzuurgas.

Het opmaken verloopt als volgt:

  • Leg de sluiting van het deegstuk naar boven.
  • Ontgas het deeg, door met twee platte handen de lucht uit het deeg te drukken.
  • Maak het deeg gelijkmatig plat tot een puntmodel door met platte handen op het deeg te drukken.
  • Leg de twee uiteinden van het deeg over elkaar, waarbij de zijkanten een beetje schuin lopen, zodat een trapeziumvorm ontstaat.
  • Rol het deeg vanuit de bovenkant van het deegstuk op en zet spanning op het deeg, door deze vast te zetten met de vingers.
  • Blijf doorrollen totdat het deegstuk volledig is opgerold.
  • Maak het laatste deel van het deegstuk iets dunner, zodat deze gemakkelijker sluit.
  • Rol het deeg eventueel nog na om de juiste lengte te bereiken en plaats het met de sluiting naar beneden in de vorm.