De bereiding van interieurbonbons verschilt sterk met die van vormbonbons. Het interieur is hierbij ook iets steviger, zodat het beter verwerkt kan worden. Het proces bij interieurbonbons gaat als volgt:

  • Bereid het gewenste interieur en stort deze uit op een schone plaat belegd met papier. Interieursoorten die niet gesneden of uitgestoken worden, kunnen direct opgespoten worden en na een nacht drogen, worden gecouvreerd (doorgehaald).
  • Laat het interieur, bij voorkeur een nacht, nadrogen.
  • Afhankelijk van de manier van couvreren, kan de onderkant van een plaat interieur worden afgestreken met getempereerde chocoladecouverture. Bij het machinaal couvreren wordt de onderkant van de bonbon zo beter bedekt.
  • Snijd de plaat met interieur door middel van een bonbonsnijder of steek het interieur uit.
  • Verspreid de interieurs uit over een schone plaat en laat het, bij voorkeur een nacht, nadrogen.
  • Tempereer de chocoladecouverture voor het couvreren van de interieurs.
  • Couvreer de interieurs met de getempereerde chocoladecouverture. Dit kan zowel handmatig als machinaal gebeuren. Zolang de chocoladecouverture nog niet gestold is, kunnen decoraties worden aangebracht.
  • Laat de bonbons stollen en breng, door middel van garneren, eventueel een decoratie aan.