Macarons zijn twee kleine koekjes van amandelschuim met daartussen een vulling van bijvoorbeeld ganache of crème. Het bereiden van de macarons gaat als volgt:

  • Los de suiker in het water op en kook dit onder voortdurend bijwassen tot een temperatuur van 120°C (96°R).
  • Zeef de poedersuiker en de gemalen amandelen en meng deze samen in een bekken.
  • Voeg een deel van het eiwit en de gewenste kleurstof al langzaam roerend toe aan het amandelmengsel. Het resultaat moet een voldoende soepel en glanzende massa zijn.
  • Begin het eiwit op te kloppen wanneer de suikerstroop een temperatuur van 115°C (92°R) heeft bereikt.
  • Zet de machine in een lagere stand en voeg geleidelijk de suikerstroop aan het opgeklopte eiwit toe. Klop het eiwit verder op tot taai en stevig schuim.
  • Spatel het amandelmengsel door het schuim totdat dit goed vermengd is. Spatel niet te lang, want dan bestaat de kans dat de massa zijn luchtigheid verliest.
  • Spuit met een gladde spuit doppen op een bakplaat bekleed met siliconenpapier of siliconenmatten.
  • Laat de macarons even aandrogen voor het bakken, zodat een dun huidje ontstaat.