Pretzels zijn broodjes in de vorm van een krakeling of knoop die oorspronkelijk uit Duitsland komen. Ze hebben een zacht, zoet kruim en een knapperige, zoute korst die bestrooid is met grof zout. In tegenstelling tot de meeste luxe gevlochten broodjes, hebben pretzels grote openingen.

Het vormen van pretzels gaat als volgt:

  • Verdeel het geknede gistdeeg in stukken van ongeveer 100 gram en punt ze op.
  • Laat de deegstukken kort rusten.
  • Rol de deegstukken uit tot strengen, waarbij het middelstuk dik blijft en de twee uiteinden van het deegstuk tot lange, dunne strengen worden uitgerold. Rol het voorzichtig en rustig uit met beide handen om te voorkomen dat het deeg wordt geforceerd. Elk van de twee uiteinden moet ongeveer twee keer zo lang zijn als het middenstuk om de pretzel goed te kunnen vormen.
  • Leg de gerolde streng horizontaal op de werkbank en leg de twee strengen in een boog naar beneden, waarbij ze elkaar halverwege de lengte kruisen.
  • Draai de strengen bij de kruising nogmaals om elkaar heen.
  • Leg de uiteinden van de strengen vervolgens naar boven, waarbij ze direct naast het dikkere middenstuk uitkomen en druk ze vast.