Suikerstrikken worden gemaakt van gesatineerde suiker en worden doorgaans gebruikt bij het decoreren van gebak of verwerkt in showstukken.

  • Knip van het suikerlint, met een warme schaar, stukken van verschillend formaat. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld vijf grote, vier middel en drie kleine stukken worden gebruikt. Afhankelijk van het soort strik kan hiermee worden gevarieerd.
  • Vorm de stukken suikerlint om een rondhout of ander rond schoon rond voorwerp tot lussen.
  • Knijp de lussen aan de onderkant aan elkaar vast. Zolang de lussen warm zijn kunnen ze inzakken, leg ze daarom op de zijkant tijdens het afkoelen.
  • Nadat de lussen zijn afgekoeld, kunnen deze aan een klein bolletje treksuiker worden vastgezet. Gebruik de grootste lussen voor de onderste laag, de middelmaat lussen vormen de tweede laag en de kleine lussen zijn er op openingen op te vullen.
  • Verwarm de samengeknepen kant van de lussen met een spiritusbrander en zet deze tegen het bolletjes treksuiker aan. Begin met grote lussen en werk naar de kleine lussen toe.
  • Smelt aan de onderkant van de strik twee stroken lint vast.
  • Knip de stroken lint schuin af en breng het lint in model.