Konfijten is het verduurzamen van vruchten, schillen of andere delen van planten door middel van een suikeroplossing. Door langdurig onderdompeling, wordt het droge stofgehalte in de vrucht opgevoerd tot 60-80%, waardoor bederf door bacteriën en gisten wordt tegengegaan. Het globale proces gaat als volgt:

  • Was de vruchten en schil, ontsteel of ontpit de vruchten indien nodig. Vruchten moeten vers en niet overrijp zijn, stevige structuur hebben en geen hoog pectinegehalte hebben, omdat dit in combinatie met suiker het geleerproces op gang kan brengen.
  • Geef de vruchten een voorbehandeling. Dit kan door het pekelen in een zoutoplossing van 5% voor schillen of het behandelen in een zwavelzuuroplossing van 5% voor zachte vruchten.
  • Kleur vruchten eventueel bij met kleurstof.
  • Blancheer de vruchten kort in kokend water.
  • Kook de suikerstroop bestaande uit water en een mengeling van suiker en glucosestroop. Glucosestroop helpt uitkristallisatie te voorkomen.
  • Konfijt de vruchten trapsgewijs. Begin met een lichte suikerstroop van 30-40% suiker. Verwarm de suikerstroop met de vruchten tot 45-50°C voor 1-2 dagen. Vervang deze door een steeds zwaardere suikerstroop tot 80%. Herhaal dit 1-2 keer voor licht konfijten, minimaal 3 keer voor zwaar konfijten.
  • Bewaar koel.