Om de gewenste deegtemperatuur te bereiken moet er met verschillende invloeden rekening worden gehouden. Zo hebben de omgevingstemperatuur, grondstoftemperatuur, wrijvingstemperatuur en watertemperatuur een invloed op het eindresultaat. Voor de grondstoftemperatuur wordt vaak de temperatuur van het meel of de bloem aangehouden, omdat deze grondstoffen samen met het water het meeste voorkomen in het deeg. Het makkelijkste te beïnvloeden is de watertemperatuur, omdat de andere drie invloeden vaak vaststaan of moeilijk te veranderen zijn.

Voor het berekenen van de watertemperatuur zijn ook de andere temperaturen, zoals hiervoor genoemd, nodig. Hoe nauwkeuriger de gegevens zijn die worden gebruikt voor het berekenen van de watertemperatuur, des te accurater is de uitkomst van de watertemperatuur en uiteindelijk de deegtemperatuur. Er zijn twee manieren om de watertemperatuur te berekenen. Bij de eerste methode wordt geen rekening gehouden met de omgevingstemperatuur. Dit is bij de tweede methode wel het geval.

Methode 1:
(Gewenste deegtemperatuur – Wrijvingswarmte) x 2 – Bloem/meeltemperatuur = Watertemperatuur

Methode 2:
((Gewenste deegtemperatuur x 3) – (Omgevingstemperatuur + Bloem/meeltemperatuur + Wrijvingswarmte)) : 3 = Watertemperatuur