Brood en broodjes kunnen voorafgaand aan het bakken worden voorzien van een decoratie. Het decoreren wordt toegepast om een product er aantrekkelijker te laten uitzien. Er kunnen garnituren worden gebruikt die al in het deeg aanwezig zijn, zoals bloem of gries, en garnituren die de smaak van het product beïnvloeden, zoals kaas en maanzaad.

Afhankelijk van het type garnering, kan deze op verschillende manieren worden aangebracht. Bij zaden en grof gemalen granen worden de deegstukken vaak door de garnering heen gerold nadat ze zijn gevormd. Wanneer het deeg een enigszins droge korst heeft, kunnen deze licht worden bevochtigd met water voordat ze door de garnering worden gerold.

Gemalen of poederachtige garneringen, zoals bloem of gemalen specerijen, worden vaak aan het einde van de narijs over het product gestrooid zonder toevoeging van vocht. Door middel van een zeef kan er goed bepaald worden hoeveel er over het product wordt gestrooid.

Vochtige of temperatuurgevoelige garneringen worden voor het inschieten van de producten bestrooid. Deze garnituren kunnen door de warmte en vocht van de narijskast oplossen, zoals suiker, of bevatten veel vocht die het rijsproces van het deeg kunnen aantasten, zoals tomaten.