Na het bereiden van het deeg, kan dit worden verwerkt tot beschuitbollen en vervolgens beschuit. De meeste beschuitsoorten zijn rond en worden op de volgende manier verwerkt:

  • Weeg de deegstukken af en bol ze op.
  • Geef de deegstukken een bolrijs.
  • Verdeel en bol de deegstukjes op.
  • Zet de bolletjes op gesmeerde bakplaten en smeer de bolletjes licht in met olie.
  • Druk de bolletjes plat iets kleiner dan de beschuitdoppen en bedek ze hiermee.
  • Geef de beschuitbolletjes een narijs. Wanneer uit drie van de vijf gaten deeg is te zien, heeft het voldoende gerezen.
  • Bak de beschuitbollen af.
  • Haal direct na het bakken de doppen van de beschuitbollen en keer de bollen om op de plaat. De beschuitbollen kunnen na afkoelen als broodjes worden verkocht.
  • Laat de beschuitbollen afkoelen, snijd ze door en plaats ze met open kant naar boven op gesmeerde bakplaten, waarbij onderkanten en bovenkanten op aparte platen komen te liggen. Door het verschil in structuur tussen de onder- en bovenkant, kunnen er bij het tweede bakproces anders verschillen ontstaan.
  • Bak ze een tweede keer op 180°C totdat het product droog is.