Vlechten is een manier om een decoratieve vorm te geven aan een brood. De kettingvlecht is een afgeleide op de hoge viervlecht en wordt op nagenoeg dezelfde wijze gevlochten. Het bijzondere bij de kettingvlecht is dat niet alle strengen van gelijke grootte en gewicht zijn als bij andere vlechtbroden. Twee strengen zijn namelijk twee keer zo zwaar en twee keer zo lang als de andere strengen. Bij het vlechten van de kettingvlecht wordt gebruik gemaakt van zes strengen en gaat als volgt:

  • Leg de zes strengen in een kruis, met de twee langere strengen tegenover elkaar, en druk de uiteinden aan een kant samen.
  • Om de stappen van het vlechten duidelijk te maken worden de strengen genummerd van één t/m zes. De twee langere strengen worden één en twee genummerd, de rest klokwijs drie t/m zes.
  • Verwissel strengen drie en vijf met elkaar, waarbij de strengen elkaar links passeren.
  • Verwissel strengen vier en zes met elkaar, waarbij de strengen elkaar links passeren.
  • Verwissel strengen één en twee met elkaar, waarbij de strengen elkaar rechts passeren.
  • Herhaal voorgaande drie stappen totdat het einde van de strengen is bereikt.