Voordat het deeg kan worden gekneed, moet het tot een homogene massa worden gemengd. Bij middelmatig tot zachte gistdegen wordt gekneed met beiden handen. In tegenstelling tot het handmatig kneden van stevigere degen, wordt de werkbank niet licht met bloem bestrooid voor het kneedproces.

  • Pak het deeg met beiden handen aan de bovenkant van het deegstuk aan weerszijden vast.
  • Til het deeg op zodat het loslaat van het werkoppervlak. Maak plakkend deeg los met een deegkrabber.
  • Zwaai het deeg weg van het lichaam naar boven toe.
  • Sla het deeg met kracht op het werkoppervlak en trek het naar het lichaam toe zodat het wordt uitgerekt.
  • Leg het uitgerekte stuk deeg over het stuk deeg dat nog vastkleeft aan het werkoppervlak.
  • Sla het deeg vast op het onderste stuk deeg.
  • Pak de kant van het deeg dat aan de linker- of rechterkant van het lichaam ligt met beiden handen vast en herhaal voorgaande stappen. Draai de armen en handen tijdens het omhoogtrekken van het deeg terug naar de normale positie, waardoor het deeg een kwartslag tegen of met de klok mee wordt gedraaid.