Het bepalen van het suikergehalte is belangrijk bij de bereiding van sorbetijs en wordt gebruikt bij het bereiden van gelei. Bij het gebruiken van verse groenten en fruit, kunnen deze, door invloed van het aantal zonuren, een wisselend gehalte suikers bevatten. Door alleen maar dezelfde hoeveelheden vers fruit te gebruiken, kunnen suikergehaltes wisselen en kan het sorbetijs van kwaliteit verschillen. Door het elke keer op het juiste suikergehalte te brengen, kan een sorbetijs van constante kwaliteit geproduceerd worden.

Bij de bereiding van gelei wordt het bepalen van het suikergehalte gebruikt om het juiste suikergehalte te bereiken waarbij de het voldoende kan geleren. Het juiste suikergehalte ontstaat door het inkoken waarbij vocht verdampt en het suikergehalte hoger wordt.

Om het suikergehalte te meten, wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van een refractometer. Een refractometer bepaalt de Brix-waarde (°Brix), wat aangeeft hoeveel procent van de vloeistof uit suikers (sacharose) bestaat. Er wordt een druppel vloeistof op het glaasje onder de klep van de refractometer geplaatst. Door de klep dicht te drukken wordt de vloeistof verspreid. Door te draaien aan de instelknop, wordt de refractometer ingesteld en kan door het oculair de schaalverdeling worden afgelezen.