Jam wordt gemaakt door het koken van vruchten en suiker. Hiervoor kunnen verse, ingevroren en geconserveerde vruchten gebruikt worden. De bereiding van jam en gelei gaat volgens dezelfde methode en gaat als volgt:

  • Zorg dat de materialen, waaronder de verpakkingen, schoon en gedesinfecteerd zijn.
  • Was verse vruchten en ontdoe deze van onbruikbare delen, zoals schil en pitten. Kook stevige en grote vruchten eerste tot deze zachter zijn en hak fijn of pureer.
  • Meng de suiker met de pectine en voeg dit toe aan de vruchten.
  • Kook de vruchten in een kookpan of vacuümpan tot het gewenste vochtpercentage is bereikt. Tijdens het koken veranderen de vruchten in een geleiachtige substantie en wordt er vocht verdampt. Let op, het koken op een hoge temperatuur kan zorgen voor verkleuring door het karamelliseren van de suiker.
  • Na het koken kan eventueel een zuur, zoals citroenzuur, worden toegevoegd voor een betere werking van de pectine.
  • Vul de gedesinfecteerde verpakkingen, zoals glazen potten, af met de hete jam en sluit direct luchtdicht af. Zet de verpakking op de kop na het afvullen. De hete jam zorgt ervoor dat de deksels vacuüm worden afgesloten.