Bij het koken van karamel is het belangrijk op de temperatuur te letten. De bereidingswijze gaat als volgt:

  • Breng het water samen met de suiker langzaam aan de kook.
  • Kook de suiker door tot er een mooie bruine kleur ontstaat. Hoe donkerder de karamel, des te meer smaak er aan zit. Let wel op dat de karamel niet te donker wordt en verbrand. Dit laat een vervelende nasmaak achter.
  • Verwarm de slagroom om de kou eraf te halen. Eventuele smaakstoffen, zoals vanille, kunnen ook aan de slagroom worden toegevoegd en mee verwarmd.
  • Blus de karamel af met de slagroom. Doe dit door langzaam de slagroom bij de karamel te gieten en de karamel goed door te roeren. Bij te snel gieten kan de karamel gaan bruisen en spetteren.
  • Kook de slagroom op tot 86°R (107,5°C). Hoger opkoken zorgt voor een dikkere karamel, lager opkoken voor een vloeibaardere karamel.
  • Laat de karamel afkoelen voor gebruik.