Suiker (sacharose) wordt in Nederland gewonnen uit de suikerbiet. Dit gewas bevat van nature een hoge concentratie aan sacharose. Sacharose bestaat uit glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker).

In de fabriek worden de suikerbieten gereinigd, gewogen en tot kleine reepjes gesneden. Deze stukjes worden met warm water in diffusieketels gekookt. Het suiker in de biet lost op, net als andere stoffen uit de suikerbieten zoals eiwitten, zuren, kleurstoffen en zouten. Dit wordt ruwsap genoemd.

Deze overige stoffen worden uit het ruwsap gefilterd door het te verwarmen en te vermengen met kalk. De zuren als onoplosbare kalkzouten (gips) slaan neer, terwijl de eiwitten en stikstofverbindingen zich omzetten tot zuren en ammoniak. De overtollige kalk wordt verwijderd door koolzuurgas door het sap te leiden. Er ontstaat dan een neerslag, deze wordt eruit gefilterd. Dan blijft er dunsap over.

Het dunsapsap wordt behandeld met zwaveldioxydegas om de kleur lichter te maken. Daarna wordt het ingedampt tot diksap. Door het diksap te centrifugeren wordt de witte suiker gescheiden van de stroop. De witte suiker wordt vervolgens gedroogd en vermalen tot kristalsuiker.