De meeste stollen hebben een slofvormig model, waarbij de amandelspijs door het centrum van de stol loopt. Het invouwen van amandelspijs gaat als volgt:

  • Zorg dat het deeg, voorafgaand aan het invouwen van de spijs, is opgepunt zonder een al te lange punt.
  • Rol pillen van de aangemaakte amandelspijs die ongeveer dezelfde lengte hebben als de deegstukken.
  • Leg het deegstuk in de lengte horizontaal op de werkbank.
  • Rol het deeg uit tot een ovale lap door het deeg met een rolstok in van boven naar onder uit te rollen. Het is belangrijk dat er aan de onder- en bovenkant van het deeg twee verdikkingen, ook wel lippen genoemd, ontstaan.
  • Zorg dat het deeg in het middenstuk voldoende dun is uitgerold dat het de spijspil kan omhullen.
  • Leg de spijspil in het midden van de deegplak en rol eventueel bij.
  • Sla het deeg over de spijspil heen zodat de flappen over elkaar heen komen te liggen.
  • Druk direct naast de pil het deeg aan zodat er een hechting tussen de twee helften van het deeg ontstaat. De verdikkingen liggen hierbij op elkaar, maar worden niet vastgedrukt.