Behalve de basismethodes voor het zetten (bereiden) van korstdeeg, zijn er ook snelmethodes ontwikkeld die bekend staan als snelkorsten. Twee bekende voorbeelden zijn de Hollandse snelkorst en de Franse snelkorst.
Het zetten van een Hollandse snelkorst gaat als volgt:

  • Tarwebloem en vetstof zonder water mengen tot er nog net stukjes vetstof zichtbaar zijn. De vetstof wordt verkleind en verdeeld, waardoor minder toeren nodig zijn.
  • Voeg het water toe en laat mengen tot een samenhangend deeg. Door het later toevoegen van het water, kan de ingesloten tarwebloem geen gluten vormen, en is het deeg rekbaarder waardoor het getoerd kan worden zonder rustperiodes.
  • Druk het deeg tot een rechthoek.
  • In etappes uitrollen tot 8 mm.
  • Stof de bloem af en vouw het deeg in vijven.
  • Draai het deeg een kwartslag zodat de vijf zichtbare zijdes richting de uitrolwals liggen.
  • Rol het deeg in etappes uit tot 8 mm.
  • Stof de bloem af en vouw het deeg in vijven.
  • Draai het deeg weer een kwartslag.
  • Rol het deeg weer in etappes uit tot 8 mm.
  • Stof de bloem af en vouw het deeg in vijven.