De tamarillo (Cyphomandra betacea), ook wel boomtomaat genaamd, is een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). De tamarillo is daarmee naaste familie van andere planten uit de nachtschadefamilie, waaronder de tomaat. De naam is een handelsnaam die in Nieuw-Zeeland in 1967 is bedacht en is een samenvoeging van ‘Tama’, wat leiderschap betekent in Maori, en ‘amarillo’, wat geel betekent in het Spaans.

De gelijknamige vrucht is ovaal tot eivormig. De schil is dun, glanzend en heeft een kleur binnen de geel-, oranje- en roodtinten en hangt af van het ras tamarillo. Het vruchtvlees is sappig, lichtzoet, maar ook zurig aromatisch. De kleur van het vruchtvlees is mede afhankelijk van de ras en kan crèmegeel, geel, oranje of oranjerood gekleurd zijn. In het vruchtvlees komen veel zwarte, platte zaden voor. De schil heeft een bittere smaak en wordt om die reden vaak niet gegeten. De vruchten kunnen op dezelfde manier van hun schil worden ontdaan als tomaten, door ze kort in heet water onder te dompelen. Door de intense, lichtzoete smaak kan het zowel voor zoete als hartige producten worden gebruikt. Zo kan het onder andere worden gebruikt in marmelades, ijs en taarten.