Bij het suikergieten of suikertrekken kan suikerstroop overblijven. Door deze suiker op de juiste manier te bewaren, kan het worden hergebruikt. Dit geldt voor zowel het koken van suikerstroop als het smelten van isomaltkorrels. Wel wordt er onderscheid gemaakt in het bewaren van suiker bij suikergieten of suikertrekken.

Bij suikergieten wordt een voorraadsuikerstroop bereid. Deze suikerstroop is door het hoge percentage suiker lang houdbaar wanneer het schoon, afgedekt en gekoeld wordt bewaard. Wanneer nodig wordt een deel suikerstroop gepakt en verder ingekookt voor het gieten.

Bij suikertrekken zijn er twee manieren om de suiker te bewaren. Een methode is om de suiker na koken in banen op geoliede steen te laten afkoelen en deze in afgesloten trommels (met silicagel) te of vacuüm bewaren. Deze suiker is helder en kan bij opnieuw verwarmen worden gekleurd. Na het opnieuw verwarmd te hebben, wordt de suiker gesatineerd.

Een andere methode is om gekleurde suiker deels te satineren, het in kleine stukken te verdelen en te laten afkoelen. Ook deze suiker wordt in afgesloten trommels (met silicagel) of vacuüm bewaard. Bij gebruik wordt de suiker opnieuw verwarmd en verder gesatineerd.