Arnhemse meisjes zijn ovale, enigszins bolle en knapperige koekjes die rijkelijk zijn bestrooid met suiker. Het koekje is ontstaan in 1829 door bakker Hagdorn. Het koekje zou voor het eerst gebakken zijn omstreeks de geboortedag van zijn eerste dochter, waarbij de bakker op zoek was naar een nieuw product. Bakker Hagdorn maakte het product van een fijn gerezen gistdeeg, maar tegenwoordig wordt er voornamelijk korstdeeg voor gebruikt. Het gebruik van het fijn gerezen gistdeeg wordt door enkele bakkerijen in Arnhem nog wel toegepast. Het recept met het fijne gerezen gistdeeg, of een variant erop, komt ook voor in het kookboek van Roald Dahl, nadat hij onder de indruk raakte van de koekjes.

De vorm van de Arnhemse meisjes verwijst daarbij ook naar een schoenzool, wat door Heidense volken zoals de Germanen, voor de begrafenis werd meegegeven aan de overledene om te voorkomen dat ze terug zouden keren naar hun aardse woning. Het daadwerkelijke paar schoenen werd in de tijd van de Romeinen vervangen door koeken en broden in de vorm van een schoenzool. Arnhemse weduwen zouden deze koekjes tot in de 19e eeuw nog aan hun overleden echtgenoot meegeven in het graf.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag