Stollen zijn luxe broden, gevuld met verschillende soorten noten en gedroogde vruchten. De precieze herkomst van de stol is moeilijk vast te stellen. Al in 1329 was er sprake van stollen als kerstgebak in Duitsland, waarbij de bisschop Hienrich von Naumburg opdracht gaf iedere kerst voor hem en zijn opvolgers twee stollen te bakken. Omstreeks 1438 worden de stollen genoemd in de archieven van Dresden. De vermaarde Koningsstol uit Dresden wordt zo al sinds 1529 genoemd. Onduidelijk is hoe en wanneer de stol naar Nederland is gekomen. Dezelfde vorm broden kwam ook al enige eeuwen geleden voor bij Friese kerstbroden.

Stollen zijn van oorsprong een vruchtbaarheidssymbool (Klobebrot), wat nog te zien is aan de kerf of kloof die in het deeg wordt aangebracht. De vorm van de brood is ovaal, wat naar beide uiteinden taps toeloopt. Het gistdeeg is verrijkt met eieren, boter en melk en wordt op smaak gebracht met verschillende soorten specerijen. Er kunnen diverse soorten noten en gedroogde vruchten door het deeg worden gemengd. In het centrum bevindt zich meestal een vulling van aangemaakte amandelspijs. Door de verrijking en vulling kan het brood 3-4 weken worden bewaard.