De abrikoos (Prunus armeniaca) is een struik- of boomvormige plant die voornamelijk wordt geteeld vanwege de gelijknamige vrucht. De oorsprong van de plant vindt zich in het Noordoosten van China, tegen de Russische grens. Ongeveer 70 jaar voor de jaartelling werd de abrikoos door de Romeinen via Griekenland over geheel Europa verspreid. Tegenwoordig worden abrikozenplanten voornamelijk in Italië, Spanje en Turkije geteeld.

De abrikoos heeft een ronde vorm met een zachte, dunne schil met kleuren die variëren van geel tot rood. Het vruchtvlees is oranjegeel van kleur met een zoete en aromatische smaak. Wanneer de vrucht voldoende rijp is, laat het vruchtvlees gemakkelijk los van de harde pit in het midden van de vrucht. De harde pit bevat een hoog gehalte aan cyanogenische glycosiden, waardoor het giftige blauwzuur kan vrijkomen, en kan daarom beter met mate worden gebruikt.

Abrikozen zijn verkrijgbaar als verse, gedroogde en ingevroren vrucht. Daarnaast zijn ze op siroop, als pulp en als puree te krijgen. Door de zoete smaak en verschillende manieren waarop ze verkrijgbaar zijn, zijn abrikozen geschikt voor het gebruik in verschillende brood- en banketproducten. Dit kan zijn als vulling, als basis en ter decoratie van producten.