Kardemom (Elettaria cardamomum) is een specerij dat al sinds de tijd van de oude Grieken en Romeinen vanuit het Oosten naar Europa werd aangevoerd, al werd het toen voornamelijk in parfums gebruikt. Het is een overblijvende struik met grote, lancetvormige bladeren die lijken op palmbladen en is familie van de gember. De planten komen voornamelijk voor in tropische klimaten, waaronder Centraal-Amerika en India.

Van de plant worden de zaaddozen gebruikt. Deze zijn van nature lichtgroen of bruin, maar worden soms gebleekt. Ze worden in de zon of op een vuur gedroogd. De zaaddozen hebben een driehoekige vorm, maar kunnen wat betreft lengte en kleur afwijken. In de zaaddozen zitten donkerbruine, licht kleverige zaden die een sterke geur en smaak afgeven. De smaak van kardemom heeft iets wat lichtelijk lijkt op anijs, maar is vooral plezierig vanwege de warmte en behagelijkheid die het afgeeft.

Door kardemom in hele vorm in een vloeistof, zoals room, te laten trekken, wordt de smaak hierin opgenomen. Dit kan worden gebruikt als basis voor verschillende banketproducten. Gemalen kardemom wordt veel gezien in specerijenmengsels, zoals speculaaskruiden, koekkruiden of vijfkruidenpoeder. Het kan daarnaast in kleine hoeveelheden in degen worden verwerkt.