Savarin is een gistgebak dat vooral in andere Europese landen wordt geserveerd als dessert. Wanneer de savarin uit de oven komt, heeft het product iets weg van een hele droge brioche. Het wordt gemaakt van bloem, gist, eieren en veel boter. Om het smakelijk te maken wordt de droge cake na het bakken, doordrenkt met vruchtensap, suikerwater of een alcoholische drank, zoals rum. De cake heeft de vorm van een grote donut. Het gat in het midden wordt doorgaans gevuld met room en gegarneerd met vers fruit.

De savarin is in de 18e eeuw ontstaan vanuit een fout. De cake was te droog en smakeloos volgens Stanislaw Leszczy?ski, een verbannen koning van Polen. Hij gooide het over tafel, waardoor een fles rum omviel en de cake doordrenkte. Hij probeerde de cake nogmaals en een smakelijk recept was geboren. Hij noemde het ‘Baba’.

In 1844 hebben twee patissiers uit Parijs het recept verbeterd. Zij doordrenkten de cake met een andere alcoholmix, gebruikten een andere vorm en verzonnen een nieuwe naam. De savarin is genoemd naar de 18e eeuwse Franse gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin (1755-1826), die zijn leven lang de fijne keuken heeft bestudeerd.