Speculaas is van oudsher feestgebak en wordt vooral rond sinterklaas en advent gegeten. Feestgebak werd al via de offerbroden van de Germanen en de heiligenkoeken van de eerste Christenen populair in de kloosterbakkerijen. Toen ook professionele bakkers dit product gingen maken, hief de heilige Eligius (588-659) een waarschuwend vingertje op. Uit deze eeuwen stamt de aloude connectie Sinterklaas – speculaas, waarbij de geliefde bisschop van Myra veelvuldig in koek werd uitgebeeld.

Toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de 16e en 17e eeuw grote hoeveelheden specerijen meenam, kreeg de speculaas een opmars, waarbij invloeden van Germanen en de kerk een stempel hebben weten te drukken op het koekje.

De oorsprong van het woord ‘speculaas’ is waarschijnlijk te danken aan de koekplank. Het is aannemelijk dat het woord afkomstig is van het Latijnse ‘speculum’ dat spiegelbeeld betekent. De planken werden gesneden uit vruchtbomenhout. Op speciale verguldavondjes werden grote speculaaskoeken versierd met bladgoud en aangevuld met nootjes, rozijnen, suikerglazuur en fondant.

Speculaas wordt voornamelijk in Nederland en BelgiĆ« gemaakt en gegeten, alsook in het Duitse Westfalen en het Rijnland, Luxemburg en Noord-Frankrijk. Het heet Spekulatius in Duitsland en Oostenrijk, speculoos of spekolaus in BelgiĆ« en Frankrijk en spikkelassies  in Amerika.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag