Druiven zijn de besvruchten van de wijnstok (Vitis vinifera) die behoort tot de wijnstokfamilie (Vitaceae). Het is een klimplant waarbij de vruchten voor verschillende doeleinden worden verbouwd en gebruikt. Druiven groeien het beste aan planten die worden verbouwd in een mild tot mediterraan klimaat. Het grootste gedeelte van de druiventeelt wordt verbouwd voor de wijnteelt en zijn niet geschikt om te eten vanwege de mindere eeteigenschappen die deze druifsoorten bevat.

De druiven die geschikt zijn voor consumptie worden ook wel tafeldruiven genoemd. Druiven hebben een ronde tot ovale vorm en groeien in trossen aan de wijnstokken. Er zijn twee kleuren druiven te onderscheiden, namelijk de blauwe en witte, die eigenlijk een geelgroene kleur hebben, druiven. De smaak van tafeldruiven is zoeter en kan afhankelijk van het ras en de rijpheid meer of minder zuurheid bevatten. In de vrucht bevinden zich een aantal pitten, al worden steeds meer druiven geteeld die pitloos zijn.

Druiven kunnen worden gebruikt als vulling of decoratie van banketproducten. Daarnaast kunnen ze worden gebruikt voor het maken van jam, gelei en als vulling in broodproducten. Hierbij is het wenselijk om druiven te gebruiken zonder pitten, omdat de pitten minder smakelijk zijn.