Citrusvruchten zijn de vruchten van bomen of struiken uit het plantengeslacht Citrus. Dit plantengeslacht wordt al duizenden jaren geteeld, waarbij de oorsprong in Zuidoost-Azië ligt. De teelt van bepaalde soorten staat vermeldt in Chinese kronieken van 2200 jaar voor Christus. Hierbij zijn er drie oorspronkelijke citrussoorten, de pompelmoes, mandarijn en sukadecitroen. Andere citrussoorten zijn ontstaan door middel van kruising.

De sukadecitroen is de onbekendste van de citrussoorten, maar bereikte het Midden-Oosten en Europa als eerste, gevolgd door de sinaasappel in de 16e eeuw en de mandarijn in 1805. Bomen en planten die citrusvruchten dragen, groeien alleen in landen met warme klimaten. In Europa is dat voornamelijk zoals Spanje, Italië en Griekenland.

Citrusvruchten zijn rond tot langwerpig en verschillend in grootte. De meeste vruchten zijn erg sappig en rijk aan vitamine C. De gekleurde schil, per soort variërend van groen en geel tot oranjerood, bevat veel olieklieren die zorgen voor een aromatische geur en smaak. De witte, vezelige en vaak dikke schil hieronder is bitter en beschermt de vrucht. Het vruchtvlees bestaat uit sapzakjes die door vliezen worden gescheiden in partjes. De meeste soorten hebben pitten in het vruchtvlees.


Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag