De pinda (Arachis hypogaea) staat ook bekend onder de namen aardnoot, grondnoot, olienoot en apennoot, maar behoort botanische gezien bij de peulvruchten in plaats van noten. Vanwege de nootachtige smaak die na het roosteren ontstaat en het hoge oliegehalte wordt deze culinair gezien bij de noten gerekend. Het is een eenjarige plant afkomstig uit Zuid-Amerika en verspreid door de Spanjaarden naar (sub)tropische gebieden. De pindaplant ontwikkelt na bevruchting een peul met meestal twee vruchten en boort zich, bij het groeien van de stengel, in de grond waar de vrucht verder rijpt.

Na het rijpen van de pinda’s worden deze uitgegraven en vervolgens omhoog gelegd om te drogen voordat ze opgeslagen kunnen worden. Rauwe pinda’s hebben een sperziebonenachtige smaak die verandert naar een nootachtige smaak bij het roosteren. De witte zaden hebben een roodbruin vlies en zitten in een bruine dop. Het blancheren of roosteren zorgt ervoor dat het vliesje loskomt van rauwe pinda’s.

Door het hoge vetpercentage (±50%) worden pinda’s voornamelijk gebruikt in de productie van arachideolie. Verder zijn ze verkrijgbaar als hele ontvliesde pinda’s en pindastrooisel. Het kan net als andere noten in verschillende brood- en banketproducten worden gebruikt.