De originele truffel is een chocoladeproduct op basis van ganache. Het heeft een bolvormige of ovale vorm die wordt opgespoten. Na het opstijven van de ganache wordt deze door een laagje chocolade gehaald en vervolgens door cacaopoeder of poedersuiker gerold. Dit geeft het product een kenmerkend ruw laagje, waardoor het doet denken aan een truffel, een zwam die onder de grond groeit. In Duitsland zijn de bestanddelen van truffel wettelijk vastgelegd. Deze moeten bestaan uit room en chocolade, maar mogen worden aangevuld met andere grondstoffen. In Nederland zijn daarnaast slagroomtruffels verkrijgbaar waar geen chocolade in de vulling is verwerkt, maar waarbij de vulling bestaat uit slagroom en suikers.

Tegenwoordig worden er allerlei variaties van truffels gemaakt. Door een andere soort chocolade te gebruiken en andere smaakstoffen aan de ganache toe te voegen, kunnen veel verschillende smaken worden geproduceerd. Daarnaast worden de truffels, behalve door cacaopoeder of poedersuiker, ook door bijvoorbeeld noten, gevriesdroogd fruit of kokos gerold. Met de opkomst van holkogels worden er ook truffels geproduceerd met een vloeibare vulling of waarbij er gelei of vruchten in de kern van het product worden verwerkt.