Fudge is een snoepsoort die als opzichzelfstaand product kan worden verkocht, maar ook als basis voor bonbons kan worden gebruikt. Het kan het beste omschreven worden als een combinatie tussen karamel en fondantsuiker. De smaak is te vergelijken met een uitgekristalliseerde, kwalitatief rijke karamel. Als basissmaken zijn (room)karamel, chocolade en witte chocoladefudge veel voorkomend. Daarnaast kan er worden gevarieerd door bijvoorbeeld vanille, noten of vruchten toe te voegen.

Fudge wordt gemaakt van onderstaande grondstoffen:

  • Suiker. Dit is de basisgrondstof die voor de kristallisatie zorgt.
  • Glucose. Dit wordt toegevoegd om de kristallisatie te beperken en de juiste consistentie te geven aan de vloeibare fase van het productieproces.
  • Invertsuiker of sorbitol. Dit wordt toegevoegd als vochtstabilisator, waardoor de fudge minder snel de neiging heeft om uit te drogen.
  • Vetstof. Dit geeft de fudge de zachtheid, verbetert de structuur en verhindert in lichte mate het uitdrogen.
  • Melkproducten. Deze geven de karamelsmaak en kleur aan de fudge.
  • Fondantsuiker of poedersuiker. Dit wordt gebruikt voor het enten van de fudge. Fondantsuiker geeft hierbij een fijnere kristalsuiker, waarbij poedersuiker zorgt voor een drogere fudge.
  • Eventueel natriumbicarbonaat, voor het verkrijgen van een luchtigere fudge.