Jam bestaat uit vruchten gekookt met suiker. De warenwet stelt eisen aan de verhoudingen tussen de vruchten en de suiker die in de jam wordt gebruikt. Wanneer een product niet aan deze eisen voldoet, mag het niet jam genoemd worden. De gestelde eisen zijn:

  • Extra jam moet minimaal 50% vruchten en maximaal 50% suiker bevatten.
  • Jam moet minimaal 35% vruchten en maximaal 65% suiker bevatten.
  • Halvajam moet minimaal 50% vruchten en maximaal 31% suiker bevatten.

Jam wordt gemaakt van de volgende ingrediƫnten:

  • Vruchten. Van vrijwel elke vrucht kan jam gemaakt worden. Hiervoor kunnen verse, ingevroren of geconserveerde vruchten gebruikt worden.
  • Suiker. Hier wordt meestal kristalsuiker voor gebruikt. Het geeft smaak, volume, draagt bij aan de verdikking en heeft een conserverende werking.
  • Bindmiddel. Het geeft een bepaalde stevigheid. De meest gebruikte bindmiddelen zijn pectine en alginen.
  • Kleurstoffen. Om de natuurlijke kleur te ondersteunen.
  • Conserveermiddelen. Wanneer er onvoldoende vruchtenzuur of suiker in de jam aanwezig is, kan dit in de vorm van een zuur (citroenzuur) worden toegevoegd om bederf tegen te gaan.

Jam wordt gebruikt als:

  • Als vulling of in combinatie met vullingen.
  • Op zichzelf staand product.