Een macaron heeft een zogenaamd voetje aan de onderkant van het koekje. Tijdens het rusten vormt er zich een huidje op de opgespoten macarons. Tijdens het bakken helpt dit om de macaron omhoog te duwen, zodat een voetje kan ontstaan. Bij geen of een klein voetje is de macaron nauwelijks omhoog gekomen, wat er esthetisch minder mooi uitziet. De textuur van de binnenkant kan daarbij ook minder luchtig zijn.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • De macarons hebben niet voldoende gerust. Hierdoor heeft er geen huidje kunnen vormen op de macarons. Bij aanraking moet het huidje droog aanvoelen en er dof uitzien. Afhankelijk van de vochtigheid in de ruimte, moeten macarons 30-60 minuten rusten.
  • De oventemperatuur is te laag. Er ontstaat te weinig werking, waardoor de macarons onvoldoende in volume toenemen. Zet de oventemperatuur hoger en kort daarbij de baktijd in.
  • Het eiwit is onvoldoende opgeklopt. Er is te weinig lucht ingeklopt, waardoor de macarons tijdens het bakken niet genoeg in volume toenemen en er geen voetje ontstaat. Klop het eiwit op totdat stijve pieken zijn ontstaan.