Een gevuld brood hoort een gelijkmatige vulling te hebben.

Mogelijke oorzaken voor een onregelmatige verdeling zijn:

  • De toevoeging is te kort doorgewerkt. Hierdoor heeft het niet de kans gekregen zich goed te verdelen door het deeg. Zorg dat de toevoeging omhult is door deeg, maar zich niet kapot draait.
  • Het deeg is te stijf. Het deeg kan de vulling niet gelijkmatig omhullen, waardoor een onregelmatige verdeling ontstaat. Een gevuld brooddeeg mag iets slapper zijn dan ongevuld brooddeeg.
  • Het deeg heeft onvoldoende bulkrijs gehad. Na het kneden zijn de gluten optimaal ontwikkeld en gespannen. Voor het gelijkmatig doorwerken van vruchten moet het deeg voldoende ontspannen zijn. Door een bulkrijs van 10-15 minuten te geven krijgen de gluten de kans zich te ontspannen.
  • Er is te veel vulling toegevoegd. Het deeg kan niet alle vulling omhullen, waardoor plaatsen ontstaan met meer of minder vulling. Houdt een vulling aan van 120-150% op het bloemgewicht.
  • De vruchten zijn te nat of stroperig. Hierdoor kunnen de vruchten niet goed hechten aan het deeg en ontstaat er geen of weinig samenhang. Zorg dat vruchten ontdaan zijn van water of siroop.