Om te beoordelen of de koek goed gaar is, moet deze bij het indrukken terugveren. Of steek een prikker in de koek, bij een schone prikker is de koek gaar.

Het is lastig de koek gaar te krijgen als:

  • Er een nieuwe oogst roggebloem met te lage zuurtegraad is, waardoor de koek vast blijft en niet gaar wordt. Een optimale zuurgraad te verkrijgen, kunnen rozijnen worden toegevoegd. Dit gebeurt vaak bij oudewijvenkoek, omdat deze licht van kleur moet blijven. Ook kan een gedeelte van het water worden vervangen door karnemelk om de zuurgraad kunstmatig te verhogen.
  • De oventemperatuur is te hoog waardoor de koek te snel bruin bakt. Laat twee staalrepen onder de bakplaat monteren zodat deze vrij is van de ovenvloer, zodat de koek minder snel bruint aan de onderkant. Eventueel kan ook siliconenpapier op de ovenvloer worden gelegd. Bak de koek tussen de 185-200°C voor maximaal 60-65 minuten.
  • De koek te vet bakt, omdat het deeg te slap of het zoetgehalte te hoog is. Het zetmeel is niet in staat om al het aanwezige vocht te binden waardoor de koek na een tijdje inzakt.