Een te klein volume in beschuitbollen kan duiden op fouten in het proces. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn:

  • Er is te straffe bloem gebruikt. Bij het bakken geeft dit een krimpend effect, waarbij de beschuitbol rond en bol optrekt. Dit kan deels voorkomen worden door de kneedtijd te verlengen, waardoor het enigszins overkneed raakt. Een andere mogelijkheid is om bloem met een lager eiwitgehalte (±15,5%) te gebruiken.
  • Er is te weinig vocht gebruikt. Vocht zorgt voor een juiste deegstijfte en de deegtemperatuur. Te weinig vocht zorgt voor een steviger deeg dat minder snel rijst. Beschuitbollen hebben ±40% water op het bloemgewicht nodig.
  • De beschuitbollen hebben een te korte narijs gehad, waardoor het juiste volume niet ontstaat. Beschuitbollen hebben voldoende rijstijd gehad wanneer uit drie van de vijf gaten deeg te zien is.
  • Er is te weinig gist aan het deeg toegevoegd. Door het hoge percentage suiker heeft een beschuitdeeg ook een hoger (6-10%) percentage gist nodig.
  • De verkeerde maat doppen zijn gebruikt. Een te laag deeggewicht zorgt voor niet volgerezen doppen, terwijl een te hoog deeggewicht voorkomt dat het deeg voldoende kan rijzen en te vast wordt.