In suikerbrood worden grote suikerchips of -nibs gebruikt die na het bakken als klonten suiker in het brood horen te zitten.

Mogelijke oorzaken voor het oplossen van suikerchips zijn:

  • De suikerchips zijn te koud. Door de lagere temperatuur in vergelijking met de deegtemperatuur, beslaan de suikerchips met condens. De chips worden vochtig, lossen op in het condensvocht en vervolgens in het ander deegvocht, waardoor een te hoge suikerconcentratie ontstaat. Zorg dat de chips op bakkerijtemperatuur zijn.
  • Het deeg is te slap. Hierdoor kan suiker, afkomstig van suikerchips oplossen in het deegvocht. Het resultaat is onvoldoende op gang komen van het rijsproces. Zorg dat het deeg steviger is in vergelijking met andere gevulde brooddegen.
  • De suikerchips hebben voor het doorwerken op het deeg gelegen. Tijdens de bulkrijs kunnen vruchten in de deegkuip op het deeg worden gelegd om uitdrogen van deeg te voorkomen. Bij suikerbrood zorgt het vocht van het deeg dat de suikerchips (deels) oplossen. Houd de suikerchips apart en voeg deze pas tijdens het doorwerken toe. Het deeg kan tijdens de bulkrijs worden afgedekt met plastic.