Het insnijden van een brood vindt plaats voordat deze wordt gebakken. Het heeft zowel een decoratieve als functionele functie bij brood. Door het deegstuk in te snijden, wordt het gemakkelijker voor het deegstuk om tijdens het bakproces een ovenrijs te ondergaan, zonder dat dit resulteert in het ontstaan van scheuren aan de zijkant, onderkant of bovenkant van het brood.

Hoe dieper de sneden zijn die worden gezet, des te meer het brood opent bij het bakken en de hoeveelheid korst in verhouding toeneemt. Voor het snijden moet een zeer scherp mes worden gebruikt dat niet kan afbreken in het brood. Een minder scherp mes in combinatie met een onzekere hand kan ervoor zorgen dat het deeg aan het mes blijft kleven, waardoor het deeg kan gaan scheuren en ongewenste resultaten ontstaan.

Het insnijden vindt, net als het knippen van brood, plaats wanneer het brood vrijwel geheel vol is gerezen. Een compleet vol gerezen brood mag minder diepe sneeën krijgen, zodat het deeg niet te veel beschadigd en er niet te veel lucht kan ontsnappen. Een minder vol gerezen brood mag dieper worden ingesneden, omdat deze sneeën anders door de ovenrijs niet meer zichtbaar zullen zijn.