Een appelflap is een vorm van stukgoed wat van oorsprong tijdens Oudejaarsavond werd gegeten. Tegenwoordig zijn appelflappen het hele jaar door verkrijgbaar en wordt het als zoete snack gegeten. In Noord- en Oost-Nederland wordt onder de benaming appelflap een gefrituurd appelproduct bedoeld, de appelbeignet.

Een appelflap bestaat uit een driehoek van korstdeeg, die is gevuld met een gebonden appelvulling. Deze appelvulling kan, net als bij appeltaarten, naar eigen smaak en voorkeur worden bepaald. Veelgebruikte grondstoffen hierin zijn rozijnen, kaneel, citroenrasp of amandelspijs. De appelflap wordt afgewerkt door deze met water te bestrijken en in de grove suiker te drukken, waardoor een zoet en krokant laagje ontstaat. Behalve door met de smaak van de appelvulling te variƫren, worden deze flappen ook gevuld met andere fruitsoorten. Voorbeelden hiervan zijn kersen- of abrikozenflappen, waarbij een gebonden vruchtenvulling wordt gebruikt in plaats van een appelvulling.

Appelflappen kunnen het beste op de dag van bakken worden gegeten. Door te lang bewaren verliest het korstdeeg zijn knapperigheid en kan het taai worden. Eventueel kort opwarmen van de appelflap wordt ook toegepast. Het ongebakken bewaren van appelflappen in de vriezer wordt veel toegepast.