Er zijn verschillende soorten bereidingsmethodes voor schuim, waardoor het karakter van het gebakken product verandert. De verschillende soorten schuim zijn:

  • Rauw schuim (Hollands schuim). Het geeft zeer luchtige producten met een brosse, droge kern en een enigszins ruw uiterlijk. Door de brosse kern is het zeer geschikt voor taart- en gebaksplakken en vormen zoals polonaises.
  • Kookschuim (Frans of Italiaans schuim). Het is minder luchtig, heeft een taaie schuimwerk en een zeer glad uiterlijk. Door het gladde uiterlijk en de taaie kern is het zeer geschikt voor schuimkoekjes.
  • Zwaar schuim (Duits schuim). Het is vrij zwaar en stevig en is minder vochtgevoelig dan andere schuimsoorten. Dit maakt het geschikt voor verwerking in diepvriesproducten, voorverpakte producten en producten voor in de etalage.
  • Hazelnootschuim. Het is langer houdbaar, matig luchtig, bros en breekbaar. Het wordt vooral gebruikt voor taart- en gebaksplakken, omdat het gemakkelijk te snijden is door het brosse karakter van het schuim.
  • Omeletteschuim. Het is de enige schuimsoort met eidooier en is daardoor minder stabiel. Omeletteschuim is alleen geschikt als schroeischuim en moet na bereiding direct verwerkt worden. Het is in vergelijking met andere schuimsoorten minder lang houdbaar.

Gerelateerde onderwerpen

Niet gevonden wat je zocht?

Laat het ons weten en we schrijven zo snel mogelijk een artikel over jouw vraag.

Stel je vraag