Bij brood zegt gewicht van het eindproduct niet alles, omdat er vocht verdampt tijdens het bakken en bewaren. De hoeveelheid droge stof in brood bepaalt de voedzaamheid en waarde van brood. De aanduidingen heel of half mogen alleen gebruikt worden bij bepaalde hoeveelheden drogestof. Heel brood bevat tussen 480 en 530 gram drogestof en half brood de helft (240-265 gram).

Bij sommige broodsoorten mag de bakker kiezen: ofwel de aanduidingen op basis van drogestof zoals heel en half, ofwel het gewicht vermelden. Deze keuze geldt voor de volgende broodsoorten:

  • Brood met een eindgewicht boven de 1000 gram of onder de 350 gram.
  • Brood waar speciale kenmerkende bestanddelen in zitten, wat tot uitdrukking komt in de naam van dat brood. Denk aan krentenbrood, notenbrood en suikerbrood. Het gaat hierbij niet om decoratieve toevoegingen op de korst, maar echte toevoegingen in het deeg.
  • Roggebrood en roggetarwebrood. 
  • Stokbrood.
  • Brood met een zeer laag glutengehalte en glutenvrij brood.

De regels voor de hoeveelheid drogestof gelden niet voor brood dat in het buitenland is geproduceerd en voor voorverpakt en voorgebakken brood. Het netto gewicht van deze broodsoorten moet worden vermeld op de verpakking of het etiket.